Klacht tegen politie over louter informeren per internet van aangever gegrond.
Digitale uitsluiting door politie Eenheid Oost-Brabant niet geoorloofd.
Politie Oost-Brabant moet voortaan aangevers die geen internet hebben, etc. op analoge / per brief, in ieder geval op deugdelijke wijze informeren over het verloop van hun aangifte.
Op 13 oktober 2023 (…) diende ik (Mart Kievits, vrijwilliger van Rechtswinkel Bernheze) namens een inwoner van Bernheze een klacht in bij de politiechef Eenheid Oost-Brabant.
Deze inwoner had een aantal malen aangifte gedaan tegen een buurman ter zake verdacht van het plegen van verschillende misdrijven.
Deze inwoner had geen internet, was digitaal niet vaardig, had geen e-mailadres, etc.
De politie-eenheid informeerde deze inwoner over de afloop van zijn aangiften echter telkens slechts via internet, waardoor hij verstoken werd van belangrijke informatie.
De klacht die ik hiertegen indiende, werd in eerste instantie door de politiechef afgewezen.
Hierop stapte in naar de Nationale Ombudsman die de klacht ter afhandeling terugverwees naar de politie-eenheid.
Lees:
https://rechtswinkelbernheze.nl/2739-2/
en
Op 26 maart 2026 (…) was de hoorzitting van de onafhankelijke politieklachtencommissie Eenheid Oost-Brabant.
Deze adviseerde als volgt (voor zover relevant).
- Informatievoorziening
Het is de commissie bekend dat slachtoffers ontwikkelingen in hun zaak kunnen volgen via www.mijnslachtofferzaak.nl. Ook is de commissie ermee bekend dat burgers in het proces-verbaal van aangifte hierover worden geïnformeerd en dat wordt verwezen naar de website. Inloggen vindt plaats via DigiD.
Gelet op het voorgaande stelt de commissie vast dat klager geïnformeerd moet zijn geweest over het feit dat informatie rondom zijn aangiftes digitaal te volgen is.
Echter, de commissie is er ook van op de hoogte dat burgers via e-mailnotificatie geïnformeerd worden als er een update is geplaatst in www.mijnslachtofferzaak.nl, maar daarvoor is het wel noodzakelijk dat een e-mailadres van de burger is ingevoerd. De verbalisant die de aangifte opneemt dient daar naar de mening van de commissie dan ook extra aandacht aan te besteden.
Ter zitting is het de commissie gebleken dat klager niet digitaal vaardig is en niet beschikt over een computer en e-mailadres. Dit maakt dat hij geen e-mailnotificaties heeft kunnen ontvangen wat maakt dat hij uit eigen beweging zou moeten inloggen om te zien of er ontwikkelingen waren rondom zijn aangifte.
Hoewel het informeren van burgers over de voortgang van een zaak waarin zij betrokken zijn via www.mijnslachtofferzaak.nl voor de meeste burgers een zeer geschikt middel is, zijn er burgers voor wie deze wijze van informatievoorziening naar het oordeel van de commissie niet de aangewezen route is omdat zij niet digitaal vaardig zijn.
Wanneer bij het doen van een aangifte duidelijk wordt dat de burger in kwestie geen e-mailadres heeft, zou dat aanleiding moeten zijn om te informeren naar de digitale vaardigheid van de burger om op die manier vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid na te gaan of de burger in kwestie in staat is om de voortgang van de aangifte digitaal te volgen.
Wanneer dit niet het geval is, is het aan de organisatie om de burger in kwestie op deugdelijke wijze te informeren hetgeen niet betekent dat de burger bij iedere ontwikkeling en/of op ieder door de burger gewenst moment schriftelijk geïnformeerd hoeft te worden.
In deze kwestie is voor de commissie vast komen te staan dat klager onvoldoende digitaal vaardig is om het verloop van de aangifte digitaal te volgen.
De klacht dat het onvoldoende is om louter digitaal informatie te verstrekken aan klager terwijl hij niet digitaal vaardig is, beoordeelt de commissie dan ook gegrond.
De commissie merkt daarbij op dat dit geen gedraging betreft van betrokken medewerkers aangezien zij de aangifte van het incident op 7 mei 2023 niet hebben opgenomen.
Naar het oordeel van de commissie is dit klachtelement ten aanzien van betrokken medewerkers dus ongegrond, maar ten aanzien van de Politieorganisatie als geheel gegrond. (…).
Aanbeveling:
Gelet op het voorgaande beveelt de commissie aan om te onderzoeken of een waarborg ingebouwd kan worden wanneer tijdens het opnemen van de aangifte blijkt dat een burger niet digitaal vaardig is, zodat een alternatieve wijze van informatievoorziening kan worden verzorgd.
Op grond van het voorgaande wordt als volgt geadviseerd.
- Het advies
De commissie adviseert het bevoegd gezag om klachtelement 1 ongegrond te verklaren en klachtelement 2 gegrond te verklaren.
Aldus geadviseerd door de Klachtencommissie Politie, Eenheid Oost-Brabant bestaande uit mevrouw xxxx, voorzitter en mevrouw xxxx en de heer xxxx, leden, bijgestaan door mevrouw xxxx, secretaris op 15 april 2026.
Beslissing politiechef politie Eenheid Oost-Brabant, d.d. maart 2026.
Geachte heer Kievits,
Op 13 oktober 2023 diende u als belangenbehartiger, namens uw cliënt de
heer xxxx, een klacht in over het handelen van enkele medewerkers van de politie Eenheid Oost-Brabant. Uit uw klacht zijn 2 klachtelementen gehaald:
- (…..).
- De informatievoorziening over de afhandeling van aangiftes is onvoldoende.
Uw klacht
Uw klacht is onderzocht door klachtencoördinator mevrouw xxxx.
Op 14 november 2023 heeft de politiechef xxxx een oordeel gegeven over uw klachtelementen. U heeft aangegeven bij de Nationale ombudsman dat er volgens de klachtenprocedure geen oordeel gegeven mag worden, zonder vooraf de klachtencommissie om advies te vragen. Om die reden is uw klacht alsnog voorgelegd aan de klachtencommissie om mij te adviseren over uw klachtelementen.
Advies klachtencommissie
(…) De klachtencommissie heeft op 20 november 2025 een hoorzitting gehouden. U, uw client en betrokken medewerker Van der Hoeven zijn uitgenodigd voor de hoorzitting. Betrokken medewerker was aanwezig bij de hoorzitting. U en uw client waren niet aanwezig. Later is bericht ontvangen over de bijzondere omstandigheden van uw afwezigheid. Op 26 maart 2026 heeft alsnog een hoorzitting plaatsgevonden. U bent hier zonder uw client verschenen.
Op 15 april 2026 ontving ik het advies van de klachtencommissie om klachtelement 1 ongegrond te verklaren en klachtelement 2 gegrond te verklaren.
Ik ben het eens met het gegeven advies.
Een kopie van dit advies ontvangt u als bijlage bij deze brief.
Beoordeling
Met gebruik van het klachtrapport en het advies van de klachtencommissie heb ik uw klachtelementen beoordeeld. Ik zal mijn oordeel hieronder nader toelichten.
- (…)
- De informatievoorziening over de afhandeling van aangiftes is onvoldoende.
U deed met uw client samen aangifte. De politie heeft de afhandeling van aangiftes jaren geleden gedigitaliseerd op www.mijnslachotfferzaak.nl. Uw client heeft geen computer en dus ook geen e-mailadres. leder slachtoffer van een strafbaar feit heeft rechten. Als politie wijzen wij slachtoffers op deze rechten en geven wij er uitvoering aan. Wij hadden oog moeten hebben voor het gegeven dat uw client niet digitaal vaardig is en hadden hem actief moeten informeren over zijn aangifte. Ik bied hiervoor excuses aan en ga dit als leerpunt intern aandacht voor vragen. Ik beoordeel dit klachtelement als gegrond.
Conclusie
Ik beoordeel klachtelement 1 als ongegrond en klachtelement 2 als gegrond.
