Aan het college van burgemeester en wethouders Gemeente Bernheze
Postbus 19
5384 ZG Heesch
Per e-mail: gemeente@bernheze.org en gewone post
Heesch, 28 september 2024.
Betreft: Vragen over vestiging AZC voormalig MOB-complex aan de Slabroekseweg 5 (5388 PX) Nistelrode / Bernheze.
Ons kenmerk: 24.09.26/A
Uw kenmerk: nvt
__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
Geacht College,
Met verontrusting hebben wij kennisgenomen van uw voornemen om binnenkort – mogelijk – in te gaan stemmen met het vestigen van een AZC aan de Slabroekseweg 5 te Nistelrode en de raad hiertoe voorstellen te doen.
Op dit moment voert het COA een ‘haalbaarheidsonderzoek’ uit, en afhankelijk hiervan zou uw college – naar verluid – overgaan tot nadere besluitvorming om al dan niet uitvoering te geven aan dit voornemen. Hieronder treft u onze vragen hierover aan.
Wij zijn druk doende om deze vragen nog nader te gaan voorzien van een schriftelijk gedetailleerde en deugdelijke onderbouwing met toelichting. Dit zullen wij zo spoedig mogelijk doen. Wij behouden ons dan ook het recht voor om onderstaande vragen nog aan te vullen met méér vragen.
Wij verzoeken u dringend om vóór uw besluitvorming in het bijzonder aandacht te besteden aan – en (dus) rekening te houden met – de verschillende aspecten die bij de (ver-)bouw, vestiging en (langdurig) gebruik van dit AZC door zoveel te verwachten asielzoekers, een rol zullen gaan spelen. Met name betrekking hebbend op – naleving van – relevante wet- en regelgeving op gebied van stikstofuitstoot, natuur- flora- en faunabescherming, etc.
Vragen
(met het vriendelijke, maar dringende, verzoek om uw antwoorden telkens te voorzien van afdoende toelichtingen):
- Wordt in uw besluitvorming – voldoende – rekening gehouden met wet- en regelgeving en jurisprudentie hierover met betrekking tot de (te verwachten) stikstofuitstoot, zowel vóór als tijdens het bouwen / verbouwen?
- Wordt in uw besluitvorming – voldoende – rekening gehouden met wet- en regelgeving en jurisprudentie hierover met betrekking tot de – te verwachten – stikstofuitstoot ná ingebruikneming en vervolgens langdurig gebruik van dit AZC door zoveel te verwachten / te plaatsen asielzoekers?Dit laatste – in ieder geval – met betrekking tot het dagelijks gebruik van dit AZC (door asielzoekers, personeel, dagelijks verkeer, al dan niet gemotoriseerd), maar beslist óók met betrekking tot de vele dagelijkse transportbewegingen van komende en gaande asielzoekers, hetgeen ongetwijfeld zal zorgen voor heel veel stikstofuitstoot en onrust in dit natuur- stiltegebied).
- Wordt in uw besluitvorming (voldoende) rekening gehouden met wet- en regelgeving en jurisprudentie hierover met betrekking tot flora- en faunabescherming? Dit alles zowel vóór, tijdens als ná de (ver)bouw én vervolgens van het vele jaren lang gebruik van dit AZC door zoveel asielzoekers, dagelijks verkeer, etc.
- Is dit gebied – niet zo heel lang geleden – niet juist, met veel zorg en geduld, gereed gemaakt om te fungeren als natuur- en stiltegebied (voor mens, flora en fauna..) en heeft dat niet € 15.000.000,– gekost?
Valt deze investering te rijmen met het vestigen van een AZC? - Valt het vestigen van dit AZC naar uw inzicht te verenigen met de door het gemeentebestuur van Bernheze al zovele jaren achtereen toegezegde, gepropageerde en voorgenomen zorg voor natuurbehoud?
- Bent u van mening dat het gemeentebestuur van Bernheze, na het vestigen van dit AZC, (nog) als voorbeeld kan gelden voor de inwoners van Bernheze, wanneer het gaat om uw oproepen aan burgers om stikstofuitstoot zoveel mogelijk te beperken en flora en fauna te beschermen?
- Wordt in uw besluitvorming (voldoende) rekening gehouden met wet- en regelgeving en jurisprudentie hierover met betrekking tot de Omgevingswet? In de Omgevingswet zijn nu juist regels opgenomen met betrekking tot stikstofuitstoot in relatie tot flora & fauna (beheer / – bescherming).
- Is / zijn voor vestiging van dit AZC (omgevings- en andere) vergunning(en) vereist, wélke en door wie wordt / worden die verleend?
- Mocht het op grond van de huidige (omgevings-)bestemming van dit gebied niet zijn toegestaan om aldaar een AZC te vestigen, welke routing / procedure(s) gaat uw college dan doorlopen om dit (alsnog) mogelijk te maken?
- Kunt u motiveren waarom het eventueel wijzigen van onderhavige bestemming voor uw college een hogere prioriteit heeft dan het naleven van stikstofregels, flora- en faunabeheer, etc.?
- Is door uw college voldoende onderzoek verricht om dit AZC op een alternatieve locatie te vestigen, zodat de druk op en te verwachten schade aan betreffend natuurgebied (rekening houdend met de ecologische aspecten, flora en fauna, stikstofuitstoot, etc.) tot een minimum wordt beperkt? Een alternatief zou kunnen zijn: in het middengebied, tussen de diverse woonkernen (‘inbreien’), daar waar mogelijk boerenbedrijven hun activiteiten zullen gaan stoppen.
- Bent u ervan op de hoogte dat boerenstallen eenvoudig, heel goed en betaalbaar om te bouwen zijn tot nette / geschikte woonruimten voor de toekomstige asielzoekers, met een minimum aan stikstofuitstoot, schade aan flora en fauna en een minimum aan kosten (reeds in de praktijk gebleken)?
- Is het niet zó dat het vestigen van een locatie in het middengebied, ook voor de veiligheid (overzichtelijker bij handhaving openbare orde, etc.), bereikbaarheid, etc. voor zowel de asielzoekers als voor de inwoners van Bernheze, een veel betere optie is?
Heeft u dit ooit onderzocht? - Is Staatsbosbeheer niet de eigenaar van dit complex en wélke zin / hoe – precies – speelt Staatbosbeheer een rol in de besluitvorming?
Wij zullen uw college spoedig nader en gedetailleerd schriftelijk informeren en onze vragen (wellicht thans nog niet compleet) onderbouwen.
Hoogachtend,
Nicole Kuijs-Schuurmans MSc
Ecoloog, adviseur landschap, natuur en cultuurhistorie.
mr. M.J.M. Kievits
Juridisch medewerker Rechtswinkel Bernheze.
——————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————
1e aanvullende vragen
Aan het college van burgemeester en wethouders Gemeente Bernheze
Postbus 19
5384 ZG Heesch
Per e-mail: gemeente@bernheze.org en gewone post
Heesch, 15 oktober 2024.
Betreft: Aanvullende vragen over vestiging AZC in het voormalig MOB-complex aan de Slabroekseweg 5 (5388 PX) Nistelrode / Bernheze.
Ons kenmerk: 24.09.26/B
Uw kenmerk: nvt
__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
Geacht College,
Ter aanvulling van ons schrijven met vragen 1 t/m 14 , d.d. 28 september jongsleden, moge het volgende dienen:
Gemeente Bernheze heeft het voornemen om een AZC te realiseren op de locatie van een voormalig mobilisatiecomplex van defensie, gelegen aan de Slabroekseweg 5 (5388PX) te Nistelrode.
Het complex was van oorsprong van het Ministerie van defensie, maar is later als onderdeel van het ‘project ontwikkeling militaire terreinen’ verkocht aan het toenmalige ministerie van LNV. Het ministerie heeft de locatie daarna overgedragen aan ‘Staatsbosbeheer’, die momenteel deze locatie nog steeds gebruikt. Zo is het voormalige wachtgebouw omgebouwd tot kantoor. De bebouwing op het complex is gesloopt, met uitzondering van een loods achter het wachtgebouw.
Verder is het gehele complex inmiddels natuurgebied geworden en is er nog één gebouw méér aanwezig, dat van oorsprong een klimaatkamer was. Dit gebouw ligt op enige afstand van het gedeelte van het terrein met het wachtgebouw en wordt gebruikt als ingerichte, tevens beschermde verblijfplaats voor meerdere beschermde vleermuissoorten.
Toen de plannen voor de realisatie van een AZC op deze locatie bekend werden had ik (ondergetekende Nicole Kuijs-Schuurmans) ook direct zorgen met betrekking tot de geldende Nationale en Europese Wet en regelgeving met betrekking tot natuur en cultuurhistorie.
Bestemmingsplan
Allereerst het bestemmingsplan en de daarbij behorende regels.
De locatie ‘Slabroekseweg 5 Nistelrode’ is binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ door de gemeente Bernheze zelf op 8 oktober 2014 onherroepelijk vastgesteld, aangewezen met de bestemmingsvlakken ‘Waarde Archeologie 1’, ‘Waarde aardkundig waardevol gebied’, ‘verkeer’ en ‘Natuur’.
Daarnaast geldt er ook nog provinciale wet- en regelgeving met betrekking tot de natuur op locatie en is de voorgenomen locatie aangewezen als ‘Natuurnetwerk Nederland’, ‘Natuurnet-werk Brabant’ en als ‘stiltegebied’ waaraan verschillende regels zijn verbonden.
Tot slot geldt er ook nog de ‘Omgevingswet’, waarin alle regels met betrekking tot de natuur zijn opgenomen in hoofdstuk 11.
Hieronder worden onze zorgen met betrekking tot de voorgenomen vestiging van het AZC op het voormalig MOB-complex, gelegen aan de Slabroekseweg 5 (5388PX) te Nistelrode, nader beschreven en onderbouwd.
Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’
De locatie ‘Slabroekseweg 5 Nistelrode’ is binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ door de gemeente Bernheze zelf op 8 oktober 2014 onherroepelijk vastgesteld, aangewezen met de bestemmingsvlakken ‘Waarde Archeologie 1’, ‘Waarde aardkundig waardevol gebied’, ‘verkeer’ en ‘Natuur’.
Deze aanwijzingen binnen het bestemmingsplan en de daarbij geldende regels uit het bestem-mingsplan maken dat het niet is toegestaan en niet passend is binnen de regels om een AZC op deze locatie te realiseren:
‘Waarde Archeologie 1’
Binnen het vigerend bestemmingsplan is de locatie (gezocht op adres Slabroekseweg 5 Nistel-rode) in het zuidelijke deel voor een klein deel aangewezen met Archeologische waarde 1.
Gezien de bouwregels, die een ‘omgevingsvergunning’ voor het bouwen verplichten voor bouwwerken groter dan een oppervlakte van 100m2 en een diepte van meer dan 40 cm, waarbij een rapport overlegd moet worden waarin de archeologische waarden van de gronden zijn onderzocht, lijkt het dat hier een vrij hoge verwachting is van archeologische waarde.
Aanvullende vragen
Vraag 15.
Wat maakt dat het overige deel van het plangebied voor het AZC géén archeologische waarde aanwijzing heeft binnen het bestemmingsplan? Bij lagere verwachtingswaarden met betrekking tot archeologie worden over het algemeen veel grotere oppervlakten aangehouden vanaf wanneer een vergunning nodig is voor het bouwen.
Waarde aardkundig waardevol gebied
Binnen het ter plaatste geldend bestemmingsplan is de waarde ‘Aardkundig waardevol gebied’ toegewezen aan de voorgenomen locatie. Voor een locatie met deze waarde binnen het bestemmingsplan geldt dat het gebied bestemd is voor het behoud en de bescherming van de toegekende aardkundige waarde (artikel 17.1 bestemmingsplan).
De vestiging van een AZC op locatie zal naar verwachting het behoud en de bescherming van de toegekende aardkundige waarde niet tegemoetkomen, maar deze eerder teniet doen. Er zal namelijk een geheel andere activiteit op locatie gaan plaatsvinden, wanneer het AZC daadwerkelijk gevestigd wordt op de voorgenomen locatie.
Daarnaast zal de realisatie en het gebruik ook de nodige negatieve effecten hebben op de waardevolle aardkundige waarde van de locatie.
Ook is in het bestemmingsplan opgenomen dat het gebruik van de gronden en opstanden anders dan het toegestane gebruik op grond van de toegekende waarde reeds strijdig is (artikel 17.2 van het bestemmingsplan). Het kappen, afgraven, egaliseren en voorbereiden van de bodem voor de bouw is een aantasting die niet is toegestaan volgens de regels van het bestemmingsplan. Dat houdt in dat de plannen op locatie niet plaats mogen vinden.
Verkeer
Dit betreft de aanwezige weg naar het MOB-complex binnen het bestemmingsplan. Deze weg ligt er al en zal blijven liggen.
Vraag 16.
Is er voor deze weg een uitbreiding / verlenging / verbreding gepland nu er aldaar een AZC zou komen? Indien dat het geval is, zal ook de aanleg van een nieuwe weg, waarvoor afgegraven zal moeten worden en ondergrondse infra dient te worden gerealiseerd, niet in overeenstemming zijn met de aanwijzing binnen het vigerende bestemmingsplan.
Natuur
De locatie is binnen het bestemmingsplan aangewezen als ‘natuur’. Binnen de regels van het bestemmingsplan is aangegeven dat gronden met de bestemming ‘natuur’ bestemd zijn voor het behoud, bescherming en/of het herstel van de aanwezige landschappelijke en ecologische waarden, en vele andere punten met betrekking tot natuur die behouden of versterkt dienen te worden
Het vestigen van een AZC op deze locatie is niet passend binnen de regels binnen het bestemmingsplan met betrekking tot de bestemming van de natuur (artikel 9.1 bestemmingsplan).
Daarnaast is de bouw van gebouwen en bouwwerken strijdig met het bestemmingsplan op de locatie die nu is voorgenomen, omdat hier geen bouwvlakken aanwezig zijn (artikel 9.2 bestemmingsplan).
Naast het bestemmingsplan is er ook nog de Omgevingswet, met name de daarin opgenomen regels met betrekking tot de natuur.
Zo is de locatie waar het AZC voorgenomen is aangewezen als ‘Natuurnetwerk Nederland’ (landelijk vastgesteld) en tevens ‘Natuurnetwerk Brabant’ (aanvullend netwerk vanuit de provincie). Het natuurnetwerk is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch landschap. De provincie is verantwoordelijk voor het ‘Natuurnetwerk Nederland’ en het uiteindelijke doel is om samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten ‘pan-Europees Ecologisch Netwerk’ te vormen. Provincie Noord-Brabant stelt dat zij op volle kracht door willen gaan om een robuust Brabants natuurnetwerk te realiseren en de natuurgebieden in te richten en te beschermen.
De ecologische waarden en kenmerken in het Natuurnetwerk mogen niet worden aangetast (paragraaf 5.2.5 Omgevingsverordening Noord Brabant). Aantasting moet voorkomen worden, zoals ook is vastgelegd in de omgevingsverordening van Noord-Brabant.
Met de realisatie van een AZC op locatie wordt het ‘Natuurnetwerk’ aangetast en is er dus geen sprake van het voorkomen van aantasting van de ecologische waarden en kenmerken. Dit is niet toegestaan, zoals opgenomen in artikel 5.33, lid 1 van de Omgevingsverordening Noord Brabant.
Stiltegebied
De locatie is eveneens aangewezen als ‘stiltegebied’.
Het is niet toegestaan om activiteiten uit te voeren op locatie waarbij redelijkerwijs vermoed kan worden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, zoals bedoeld in artikel 3.69 van de omgevingsverordening Noord Brabant. Er geldt namelijk een specifieke zorgplicht in het kader van de aanwijzing als stiltegebied (artikel 3.70 omgevingsverordening Noord Brabant). Het is niet toegestaan om milieubelastende activiteiten te verrichten in het stiltegebied, waaronder ook infrastructurele werken en drinkwatervoorzieningen.
In een stiltegebied gelden geluidsnormen:
het is verboden evenementen te houden, omdat dit een té grote aantasting op het stiltegebied is. Bewoning – door zo’n grote groep asielzoekers – zal door het al dan niet langdurige gebruik een grote aantasting zijn op het stiltegebied met een ruime overschrijding van maximaal 40dB die is toegestaan volgens de omgevingsverordening van Noord Brabant.
Stikstofuitstoot
De stikstofuitstoot is in Nederland een groot probleem. Veel projecten zijn niet mogelijk en worden gefrustreerd omdat ze uitstoot van stikstof genereren op plekken waar geen ruimte is. Door het vestigen van een AZC op déze locatie zal ook veel stikstofuitstoot plaatsvinden. Dit betreft zowel gedurende de aanlegfase / bouwfase, waarbij infra zal worden aangelegd, en dus sprake zal zijn van een forse toename van verkeer voor het aanleveren van materialen en het ter plaatse komen van uitvoerende partijen, aanvoer materieel dat tijdens de aanlegfase gebruikt wordt, etc. maar ook tijdens de gebruiksfase. Tijdens het gebruik van het AZC zal namelijk ook, ten opzichte van de huidige situatie, een grotere uitstoot van stikstof plaatsvinden door vervoersbewegingen van en naar de locatie van allerlei mensen die op locatie hun werk zullen gaan uitvoeren, het aanleveren van goederen, het afvoeren van afval en andere zaken, de uitstoot van verwarming en wellicht ook van generatoren voor stroomvoorziening, maar ook een komen en gaan van (nieuwe) asielzoekers, etc.
Vraag 17.
Stikstofuitstoot
Is er met het maken van de keuze voor déze locatie rekening gehouden met de effecten van de aanleg en het gebruik van een AZC met betrekking tot de stikstofuitstoot en de effecten op de natuur?
Nu ligt deze locatie op enige afstand van ‘Natura 2000-gebieden’ met aangewezen stikstof-gevoelige habitats en habitatsoorten. Echter is in het natuurgebied de Maashorst ook vegetatie aanwezig die zeer stikstofgevoelig is. Zo is er onder andere heidegebied aanwezig op de Maashorst. De Maashorst is weliswaar geen ‘Natura 2000-gebied’, maar we hebben hier wel te maken met een habitattype dat het op heel veel plekken zwaar te verduren heeft onder stikstofuitstoot.
Voor heiden geldt in het kader van de ‘Natura 2000’, gebaseerd op Europese wetgeving, dat het oppervlakte beoordeeld is als matig ongunstig, de kwaliteit als zeer ongunstig en het toekomstperspectief matig ongunstig. De overheid binnen Nederland heeft de plicht te voldoen aan de gestelde eisen op Europees vlak voor de bescherming van de natuur. Zo ook het behoud van en herstel van droge heiden.
In de heiden komen soorten voor van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn waarvoor de stikstofgevoeligheid van dit type een probleem kan vormen voor de kwaliteit van het leefgebied. Daarnaast is er een aantal typische soorten, waarvoor in dit habitattype mogelijke problemen als gevolg van stikstofdepositie wordt verwacht.
Vraag 18.
Is met de keuze voor de locatie ook rekening gehouden met de aanwezige natuurtypen in en direct in de omgeving van de planlocatie en de gevoeligheid van dit habitattype op de stikstofuitstoot en de vervolgeffecten op andere soorten?
Bescherming van flora en fauna
Naast de stikstofuitstoot is ook de bescherming van flora en fauna een punt van zorg. Binnen de Omgevingswet (hierna Ow) zijn in het Besluit activiteit leefomgeving (hierna Bal) in hoofdstuk 11 de geldende regels opgenomen met betrekking tot activiteiten die de natuur betreffen.
Laat de locatie waar het AZC gepland is nu net midden in de natuur liggen!
In een stiltegebied zelfs en waar de natuur versterkt is en door beheer en onderhoud van de natuur.
Hiervoor is in het verleden €15.000.000,00 (zegge: vijftienmiljoen euro) aan belastinggeld, geld van de burgers, inwoners van gemeente Bernheze, in geïnvesteerd met dit mooie stuk natuur met een prachtige diversiteit en grote natuurwaarde als resultaat.
De planlocatie is na de sloop van de gebouwen omgevormd tot natuur waar nu honderden soorten gebruik van maken. Soorten die in het kader van de Ow beschermd zijn, maar ook onder de Europese Vogelrichtlijn en Europese Habitatrichtlijn. Het betreffen nationaal en Europees beschermde soorten. En, van diverse van deze soorten zijn naast de soort zelf, ook het leefgebied en de verblijfplaatsen beschermd.
Met de realisatie van een AZC op deze locatie treedt er ten opzichte van het huidige gebruik een flinke toename in verstoring op. Verstoring door geluid, trillingen, verlichting, afname in (essentieel) leefgebied en mogelijk ook verblijfplaatsen die verloren gaan.
Hoofdstuk 11 van het Bal kent een specifieke zorgplicht. Deze specifieke zorgplicht (lid 1 van artikel 11.27 Bal) houdt in dat degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor het belang flora en fauna, verplicht is om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen.
Indien die gevolgen niet kunnen worden voorkomen dienen deze gevolgen zoveel mogelijk te worden beperkt of ongedaan gemaakt en als de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt moet de activiteit achterwege gelaten worden.
De gemeente Bernheze / uw college is bekend met de natuur in de Maashorst, is bekend met het feit dat hier natuur ontwikkeld is en dat hier (nationaal) beschermde soorten voorkomen, aldaar hun leefgebied hebben en ook verblijfplaatsen.
De plicht van artikel 11.27, lid 1 van het Bal houdt in ieder geval in dat voorafgaand aan het verrichten van activiteiten op deze locatie nagegaan moet worden of aanwijzingen zijn van aanwezigheid van beschermde flora en fauna op locatie waar de activiteit wordt verricht of direct nabij de locatie. Het gaat daarbij om vogelrichtlijnsoorten, habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten.
Daarnaast gaat het ook om belangrijke leefgebieden van deze beschermde soorten en natuurlijke habitats. Op locatie is bekend dat hier een belangrijke verblijfplaats is van vleermuizen. Niet alleen de vleermuizen zijn beschermd, maar ook hun verblijfplaats(en). Vleermuizen zijn licht- en trilling gevoelig en zeker omdat de dieren die zich nu hebben gevestigd op deze locatie de rust en stilte gewoon / gewend zijn. Iedere toename van verstoring lijdt tot een verstorend effect op deze dieren en hun verblijfplaats en (dus) tevens op de lokale staat van instandhouding.
Ook de bomen op locatie kunnen verblijfplaatsen voor vleermuizen zijn. Daarnaast navigeren vleermuizen op bestaande lijnvormige landschapselementen: met de realisatie van een AZC zullen bestaande lijnvormige elementen wijzigen en doorkruist worden of zelfs weggenomen, waardoor migratiemogelijkheden van verblijfplaats naar foerageergebied ook verstoord worden.
Het verstoren is in het kader van de Omgevingswet niet toegestaan, maar ook het beschadigen en vernielen van verblijfplaatsen is wettelijk niet toegestaan. Daarnaast zijn er veel méér soorten op locatie te verwachten, namelijk vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals diverse roofvogelsoorten, verschillende beschermde reptielen en amfibieën, insecten en ook zoogdieren zoals reeën, eekhoorns, egels, marterachtigen, zoals de das en nog veel meer.
Naast de soorten die hierboven beschreven zijn geldt binnen de Ow ook dat de ‘rode lijst soorten’ inmiddels bescherming genieten. Het gaat dus niet meer alleen om de vogelrichtlijn, habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten.
Vraag 19.
Wordt met de haalbaarheidstoets voldoende aandacht besteed aan alle bovenstaande punten en zorgen met betrekking tot de natuur en met voldoende diepgang om hier juiste conclusies bij te (kunnen) trekken?
Vraag 20.
Is er voldoende diepgang en kennis en expertise op het gebied van natuur, ecologie en cultuurhistorie bij de partij(en) die de haalbaarheidstoets uitvoert/ uitvoeren?
Alternatieve locatie
Vanuit het oogpunt van natuur, beschermde soorten flora en fauna en cultuurhistorie is deze locatie niet geschikt voor het realiseren van een AZC.
Dit, terwijl er binnen de gemeente meerdere agrarische bedrijven inmiddels óf gestopt zijn óf op het punt staan om te stoppen; op deze locaties is veel grond aanwezig met een veel lagere ecologische waarde en er staan vaak ook nog één of méérdere grote stallen, die eenvoudig om te bouwen zijn tot woonruimten. Door het leegpompen van mestputten, volstorten van deze mestputten, plaatsen van wanden zijn er meerdere woonruimten te creëren.
Daarnaast is op een weiland en op boerenerven ook veel minder natuurwaarde aanwezig dan op een locatie als het MOB complex aan de Slabroekseweg. Op (voormalige) boerenerven is al infrastructuur aanwezig en nabij. Daarnaast is de aanleg die nog nodig is vele male kleinschaliger dan op het MOB complex. De locatie van een boerenerf is over het algemeen ook beter logistiek toegankelijk. Kijk eens bijvoorbeeld naar de locatie van het gerealiseerde arbeidsmigrantendorp aan de Dintherseweg in Nistelrode. Dit is ook nabij bospercelen waar zich natuur bevindt, maar dit is niet midden in de natuur. Het effect op de natuur is daar vele malen kleiner.
Naast het feit dat een locatie zoals een boerenerf of zoals aan de Dintherseweg in Nistelrode voor de natuur een veel betere optie is, wordt hiermee ook voorkomen dat de grote investering in de natuur van de Maashorst uit het verleden (15 miljoen euro) ook géén kapitaalvernie-tiging wordt omdat de natuur hier weer wordt aangetast.
Vraag 20.
Is, gelet op al het bovenstaande, door u voldoende afgewogen of een alternatieve locatie mogelijk is en (tevens) niet in strijd met bovenbedoelde wet- en regelgeving?
In afwachting van u beantwoording.
Hoogachtend,
Nicole Kuijs-Schuurmans MSc
Ecoloog, adviseur landschap, natuur en cultuurhistorie.
mr. M.J.M. Kievits
Juridisch medewerker Rechtswinkel Bernheze
(ook mede namens haar)
In afschrift aan:
– Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant.
– Provinciale Staten van Noord-Brabant.
——————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————
3e aanvullende vragen
Aan het college van burgemeester en wethouders Gemeente Bernheze
Postbus 19
5384 ZG Heesch
Per e-mail: gemeente@bernheze.org en gewone post
Heesch, 25 oktober 2024.
Betreft: 3e schrijven: vraag 22 over vestiging AZC in het voormalig MOB-complex aan de Slabroekseweg 5 (5388 PX) Nistelrode / Bernheze.
Ons kenmerk: 24.09.26/C
Uw kenmerk: nvt
__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
Geacht College,
Ter aanvulling van ons schrijven met vragen 1 t/m 21, d.d. 28 september en 15 oktober jongsleden, volgt hieronder vraag 22.
Ter inleiding moge het volgende dienen:
Onder vraag 20 van het eerste aanvullende schrijven, d.d. 15 oktober 2024 gaf ik u het volgende aan:
“Alternatieve locatie
Vanuit het oogpunt van natuur, beschermde soorten flora en fauna en cultuurhistorie is deze locatie niet geschikt voor het realiseren van een AZC.
Dit, terwijl er binnen de gemeente meerdere agrarische bedrijven inmiddels óf gestopt zijn óf op het punt staan om te stoppen; op deze locaties is veel grond aanwezig met een veel lagere ecologische waarde en er staan vaak ook nog één of méérdere grote stallen, die eenvoudig om te bouwen zijn tot woonruimten. Door het leegpompen van mestputten, volstorten van deze mestputten, plaatsen van wanden zijn er meerdere woonruimten te creëren.
Daarnaast is op een weiland en op boerenerven ook veel minder natuurwaarde aanwezig dan op een locatie als het MOB complex aan de Slabroekseweg. Op (voormalige) boerenerven is al infrastructuur aanwezig en nabij. Daarnaast is de aanleg die nog nodig is vele male kleinschaliger dan op het MOB complex. De locatie van een boerenerf is over het algemeen ook beter logistiek toegankelijk. Kijk eens bijvoorbeeld naar de locatie van het gerealiseerde arbeidsmigrantendorp aan de Dintherseweg in Nistelrode. Dit is ook nabij bospercelen waar
zich natuur bevindt, maar dit is niet midden in de natuur. Het effect op de natuur is daar vele malen kleiner”.
Hier voeg ik het volgende aan toe:
Er zijn verschillende initiatieven in Nederland en Europa waar boerenstallen of agrarische gebouwen zijn omgebouwd tot woonruimten voor verschillende doelgroepen, waaronder asielzoekers.
Hieronder volgen enkele voorbeelden en mogelijke plekken waar u meer informatie of inspiratie kunt vinden:
Herbestemming Agrarisch Erfgoed.
* Stichting Agrarisch Erfgoed Nederland (SAE)
Deze stichting houdt zich bezig met de herbestemming van agrarische gebouwen. Hoewel ze zich niet specifiek richten op asielzoekers, kunt u van / via hen inspiratie opdoen voor duurzame transformatieprojecten. Men heeft voorbeelden van hoe boerderijen en stallen omgebouwd werden / kunnen worden tot woonruimten of andere functies.* Website: www.agrarischerfgoed.nl
COA en samenwerkende organisaties / gemeenten
* COA is verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers in Nederland en heeft in het verleden samengewerkt met gemeenten en private eigenaren om tijdelijke of permanente opvanglocaties in niet-traditionele gebouwen te realiseren. Hoewel men meestal grootschalige locaties beheert, kan men u wijzen op specifieke projecten met boeren-stallen.* Website: www.coa.nl
Boerderijenstichtingen* Veel provincies in Nederland hebben boerderijenstichtingen die zich bezighouden met het behoud en hergebruik van oude boerderijen. Bijvoorbeeld de Boerderijenstichting Utrecht en Boerderijenstichting Friesland. Zij kunnen u voorbeelden geven van projecten waarbij boerderijen of stallen een woonfunctie hebben gekregen, en mogelijk ook voor asielzoekers.* Websites:
- Utrecht: www.boerderijenstichtingutrecht.nl
- Friesland: www.boerderijenstichtingfryslan.nlVoorbeelden uit de praktijk* Omgebouwde boerderijen in Gelderland en Overijssel:
In sommige regio’s, zoals Gelderland en Overijssel, zijn voormalige agrarische gebouwen omgebouwd tot woningen voor verschillende doelgroepen. Zo is er bijvoorbeeld in de regio Bronckhorst een project geweest waarbij oude stallen zijn omgebouwd tot woningen voor tijdelijke opvang.* Projecten zoals Landelijk Wonen:
Verschillende gemeentes hebben initiatieven opgezet waarin boerderijen of stallen zijn omgebouwd tot woonvoorzieningen. Dit wordt vaak gedaan in samenwerking met architectenbureaus die gespecialiseerd zijn in duurzame en circulaire bouw.
Architectenbureaus gespecialiseerd in herbestemmingDit zijn architectenbureaus die ervaring hebben met het transformeren van agrarische gebouwen. Zij hebben in het verleden projecten uitgevoerd, waarbij boerenstallen werden omgebouwd tot woonruimten en kunnen mogelijk casestudies of voorbeelden met u delen.* Websites:
www.herbestemming.nu
www.bureauvoorstadsontwerp.nl
Gemeentelijke of regionale projectenVeel lokale overheden zijn betrokken bij initiatieven om asielzoekers te huisvesten en kunnen mogelijk concrete voorbeelden of pilotprojecten aandragen. Bijvoorbeeld in Noord-Brabant, waar er projecten zijn geweest om stallen om te bouwen tot woonruimte voor tijdelijke opvang.
Vraag 22
Bent u bereid om bovenstaande bronnen te raadplegen / met hen – of met de ‘Vereniging van Nederlandse Gemeenten’ (VNG) – in contact te treden, om u verder te helpen om specifieke voorbeelden te vinden van boerenstallen die zijn omgebouwd tot woonruimten voor asielzoekers of andere doelgroepen?
In afwachting van uw beantwoording.
Hoogachtend,
mr. M.J.M. Kievits
Juridisch medewerker Rechtswinkel Bernheze