Aan de burgermeester en / of het college van burgemeester en wethouders
Gemeente Bernheze
Postbus 19
5384 ZG Heesch

Per e-mail: gemeente@bernheze.org

Heesch, 25 oktober 2024.

Betreft: Vragen naar aanleiding artikel van een boa in ‘De MooiBernhezeKrant’, d.d. 23 oktober 2024
Ons kenmerk: 24.10.25/A
Uw kenmerk: nvt

_________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Geacht(e) burgemeester / college,

Op 23 oktober 2024 verscheen bijgaand artikel in de ‘MooiBernhezeKrant’

Zie bijlage en: https://www.mooibernheze.nl/reader/22862#p=9

U bent als werkgever van onze gemeentelijke Buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s) eindverantwoordelijk voor – onder meer – hun uitingen in het openbaar / in de media.

Ik ga er hieronder vanuit dat de auteur van deze column een gemeentelijke boa is, behorende tot Domein I, Openbare Ruimte.

Deze boa’s dienen hun taak te verrichten, zoals bedoeld in de brief van voormalige Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus, d.d. 12 december 2018, aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, getiteld: ‘Boa’s en de gevolgen voor de lokale inbedding’.

(zie bijlage en: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2018D59010&did=2018D59010)

De inhoud en strekking van deze brief is staand beleid.

Hierin staat onder meer het volgende lezen (onderstrepingen door ondergetekende)

‘boa en politie
Gebiedsgebonden politiewerk is een verworvenheid van het politiewerk (…..). Kern van het  stelsel van toezicht en handhaving in de openbare ruimte is immers de gedeelde verantwoordelijkheid van gemeenten en politie.

Veelal is de belangrijkste uitvoeringspartner de boa. Boa’s in de openbare ruimte beschikken over een beperkte opsporingsbevoegdheid voor de uitoefening van specialistische en afgebakende taken, op basis van bijzondere wetten en verordeningen. Sinds 2011 wordt gewerkt met indeling van strafbare feiten in thematische domeinen.

De wettelijke grondslag voor het functioneren van de boa is vastgelegd in artikel 142 Wetboek van Strafvordering.

De bevoegdheden van de boa staan omschreven in de ‘Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar’. 

(….) Gemeenten zorgen met gemeentelijke boa’s voor ogen en oren op straat en kunnen daar ingrijpen waar de leefbaarheid wordt aangetast door overtredingen die overlast veroorzaken en tot kleine ergernissen leiden. (….).

Om deze complementaire taakverdeling nog eens te benadrukken en te verhelderen, is in 2014 het leefbaarheidscriterium geïntroduceerd voor de afbakening van taken en bevoegdheden van boa’s in Domein I Openbare Ruimte.

De afbakening van de bevoegdheden van de boa in Domein I Openbare Ruimte is in de eerste plaats van belang om de taakverdeling tussen politie en boa’s helder te houden. Dit komt zowel de onderlinge samenwerking en de resultaten ten goede, als de herkenbaarheid voor burgers. Daarnaast is het ook belangrijk voor de professionaliteit van de boa openbare ruimte (immers een specialist met beperkte opsporingsbevoegdheden) dat het takenpakket dusdanig is afgebakend dat er ook echt sprake kan zijn van een specialisme.

Kern van het werk van de gemeentelijke boa in Domein I is dat hij in de openbare ruimte aanwezig is en toezicht houdt, en handhavend optreedt waar nodig in geval van kleine ergernissen, overtredingen en overlastsituaties die de leefbaarheid in wijken en buurten aantasten.

(…) Ik ben niet voornemens om aan het uitgangspunt inzake de geweldsmiddelen te tornen. (…) In dat kader blijft het een al dan niet enigszins ruimer gedefinieerd leefbaarheidscriterium de juiste toets. (…)’.

In genoemde ‘Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar’, geraadpleegd op 24 -10-2024, geldend van 01-08-2024 t/m heden Domein I. Openbare ruimte, staat het volgende te lezen, voor zover thans relevant:

De boa Openbare ruimte is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet.

Artikel 10:

  • Alleen voor stilstaand verkeer: artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV).
  • Voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer: de artikelen 4, 5, 6, 8, 10, 28 juncto 31, 57, 60 en 82 RVV, en artikel 62 RVV juncto bijlage I, hoofdstukken C (geslotenverklaring) en D (rijrichting) RVV. Handhaving op het negeren van een C- of D-bord is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto’s, zoals de zogeheten milieuzones.
  • Voor zover van toepassing op fietsers en voetgangers:
  1. artikelen 35 en 35a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
  2. artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, voor zover het gaat om niet-gemotoriseerd verkeer;
  3. artikelen 62 juncto 68 lid 1 en onder c en 62 juncto 69 lid 1 en onder b en 62 juncto 74 lid 1 en onder c van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, voor zover het gaat om niet-gemotoriseerd verkeer en voetgangers.

Handhaving is slechts mogelijk wanneer in een gezamenlijk handhavingsarrangement de (rand)voorwaarden zijn beschreven waaronder handhaving zal plaatsvinden.

In de column wordt aangegeven dat onze gemeentelijke boa’s nieuwe bevoegdheden hebben gekregen, namelijk:

  • Geen of verkeerde fietsverlichting,
  • ‘Handheld’ telefoongebruik op de fiets,
  • Rood licht negeren door fietsers en voetgangers.

Handhaving met betrekking tot deze verboden gedragingen is – zoals beschreven in de ‘Regeling’ en de brief van de minister – echter slechts mogelijk wanneer in een gezamenlijk handhavingsarrangement de (rand)voorwaarden zijn beschreven waaronder handhaving zal plaatsvinden:

dit betreft onder meer een nadere / concrete beschrijving van de werkafspraken tussen politie en betreffende boa’s / ‘Handhaving’, met betrekking tot onder meer de noodzaak tot bedoelde uitbreiding van bovenvermelde bevoegdheden.

Om deze uitbreiding van bevoegdheden te rechtvaardigen dient door ‘Handhaving’ en de politie nadrukkelijk te worden aangetoond / gemotiveerd waarom deze uitbreiding voor onze boa’s binnen onze gemeente noodzakelijk zijn.

Boa’s Domein I zijn – gelet op bovenvermeld schrijven van de minister – immers niet bedoeld voor verkeersveiligheid, maar voor toezicht en handhaving dáár waar de leefbaarheid wordt aangetast door overtredingen die overlast veroorzaken en tot kleine ergernissen leiden.

Toezicht en handhaving op het gebied van de naleving van de verkeersregels is een taak van de politie.

Zodra het plegen van de strafbare feiten die door betreffende boa in haar column worden genoemd in niet geringe mate (!) tegen leefbaarheid aan schuren, eerst dan kan – conform bedoelde brief – onze boa tegen deze feiten handhavend optreden. Wanneer bijvoorbeeld iemand op een polderweg zonder verkeer deze overtreding pleegt dan betreft dit de verkeersveiligheid, maar gebeurt dit in een voetgangersgebied waar de omgeving er hinder / last van ondervindt dan kán sprake zijn van aantasting van de leefbaarheid. En dan nóg dient de boa zich n dezen terughoudend op te stellen.

Kortom, handhaving van de genoemde (uitbreiding van) verboden gedragingen draait geheel om de context in relatie tot de leefbaarheid!

Echter, uit de column van betreffende boa kunnen lezers slechts één conclusie trekken: deze boa’s hebben deze bevoegdheden ongeclausuleerd toegekend gekregen, zij kunnen zómaar worden geconfronteerd met verkeerscontroles, staandehouding, etc. gericht op deze bedoelde gedragingen.

Maar dat lijkt mij niet correct!

Vragen

  1. Bent u het met mij eens dat onze gemeentelijke boa’s niet ongeclausuleerd – de regels van strafvorderlijke en bestuursrechtelijke procesorde even buiten beschouwing gelaten – de bevoegdheden, zoals genoemd in bedoeld krantenartikel, toegekend hebben verkregen (mocht dit al het geval zijn), maar slecht in bovenbedoelde context (leefbaarheid aangetast door overtredingen die overlast veroorzaken en tot kleine ergernissen leiden)?
  2. Burgers krijgen – op basis van dit krantenartikel – de indruk dat onze boa’s (zomaar) verkeerscontroles kunnen houden, gericht op fietsverlichting, hen een stopteken kunnen geven en staande kunnen houden voor telefoongebruik op de fiets (dit is overigens niet zo: het gaat om telefoongebruik door de bestuurder van een fiets; de achterop zittende passagier mag dit wél…) en wanneer fietsers en voetgangers een rood verkeerslicht negeren (hoeveel verkeerslichten voor fietsers en / of voetgangers zijn er eigenlijk binnen onze gemeente?).
  3. Bent u het met mij eens dat bedoelde column onjuiste, in ieder geval onvolledige informatie aan de lezers / burgers verstrekt, en dus, dat hierdoor de taak van de boa voor de (lezende) burger niet herkenbaar is, in de zin zoals in bovenbedoelde brief van de minister bedoeld?
  4. Is er met betrekking tot genoemde nieuwe bevoegdheden van de boa sprake van een gezamenlijk handhavingsarrangement tussen politie en ‘Handhaving’ / de boa’s, waarin de (rand-) voorwaarden zijn beschreven: een nadere / specifieke beschrijving van de werkafspraken tussen politie en ‘Handhaving’ waaronder handhaving door onze boa’s DI zal plaatsvinden?Indien dit het geval is: wilt u dan zo vriendelijk zijn om mij – afschriften van – de hierop betrekking hebbende stukken / afspraken, etc. toe te sturen?
  5. Zijn u / zijn überhaupt cijfers / aantallen, etc. bekend (hoeveel verkeerslichten voor fietsers en / of voetgangers zijn er eigenlijk binnen onze gemeente?), met andere woorden: zijn deze nieuwe bevoegdheden aan onze boa’s toegekend op basis van onderzoek binnen onze gemeente en dan óók nadrukkelijk in relatie tot leefbaarheid (aangetast door overtredingen die overlast veroorzaken en tot kleine ergernissen leiden) als gevolg waarvan deze nieuwe bevoegdheden aan onze boa’s zijn toegekend?
  6. Bent u – naar aanleiding van de inhoud en strekking van onderhavig krantenartikel – voornemens om toekomstige columns, mededelingen, etc. van onze boa’s vóóraf – door iemand met kennis van zaken / eindverantwoordelijkheid, etc. – te screenen op de juistheid hiervan, zodat eventuele verwarring bij de lezers zoveel mogelijk kan worden voorkomen?Zo dit het geval is: door wie (functie)?
  7. Zijn hierover reeds afspraken gemaakt?

In afwachting van uw beantwoording en

hoogachtend,

mr. M.J.M. Kievits
Juridisch medewerker Rechtswinkel Bernheze.